Je zal maar Ahmed heten vandaag. Gisteravond was deze naam de running gag in aflevering één van het tweede seizoen van Nederlands populairste soap: De Luizenmoeder. Bijna zeventig jaar nadat de eerste Ahmed-genaamde gastarbeiders aankwamen, ligt heel Nederland gierend onder de salontafel bij de grappen over de uitspraak van de naam Ahmed. (We vergeten voor het gemak maar even de duizenden Ahmeds in gekoloniseerd Indonesië sinds de 17e eeuw.)

Betekenis en uitspraak

De naam Ahmed betekent hooggeprezen of iemand die God voortdurend dankt. In de naam komt de Arabische letter Ḥ voor. De klank die bij deze letter hoort lijkt op het keelgeluid dat je creëert als je condens tegen een spiegel aan wilt blazen.

Voor Nederlanders is het aanvankelijk meestal lastig om deze klank op natuurlijke wijze in spreektaal te produceren. Vandaar de lol: Juf Ank in De Luizenmoeder had het zes weken geoefend, zodat ze de naam van het nieuwe jongetje in haar klas goed uit kon spreken. Dat blijkt voor niets te zijn, want zijn moeder (Esma, door juf Ank Esjma genoemd) zegt zelf Agmed (met de Nederlandse g van goed). Juf Ank kan er echter niet meer vanaf komen en blijft tegen beter weten in kokhazend Ahhh-med zeggen.

Van grappig naar ongemakkelijk

In het begin zijn de grappen in deze aflevering geestig. Onderlinge misverstanden leveren komische situaties op. Naar het einde toe worden de grappen echter ongemakkelijk. De ouders zitten na het incident, een overcorrecte (vooral voor anderen) vader zag de islamitische vader voor terrorist aan en werkte hem tegen de grond, in een vergadering. Het incident moet voorafgaand aan het avondprogramma even besproken worden. De ouders zitten afwachtend bij elkaar. De ene grap volgt de andere op, maar voor moslims is deze situatie misschien net iets te levensecht.

Ook ik loop een man in djellaba niet even gedachteloos voorbij als een man ‘in jeans en pully’. — Maaike Bos in Trouw

Wat ook opvalt is dat de islamitische ouders geen gebreken lijken te hebben, zoals alle andere karakters in De Luizenmoeder. Durfden de scenaristen Diederik Ebbinge en Ilse Warringa het niet aan, of zijn ze zelf eigenlijk niet voldoende thuis in de wereld van moslimouders?