Waarom de media bewust angst voor moslims zaaien


Er gaat geen dag voorbij zonder verontrustende berichten over de islam en moslims. Het lijkt alsof de media in een complot zitten met de politici om de moslims het leven in Nederland onmogelijk te maken. Van een complot is er geen bewijs, maar er is wel een logische verklaring voor wat de journalisten aan het doen zijn.

De constante toevoer van angstaanjagende nieuwsberichten over de islam en moslims en de wijze hoe politici daar gebruik van maken om te scoren in de peilingen wordt door sommigen gezien als een samenzwering. De publieke omroep, landelijke kranten en commerciële zenders concurreren met elkaar in het uitbrengen van steeds ergere verhalen over migranten, asielzoekers, moslims, zwarte mensen en alles wat niet wit is in Nederland. Rechtse partijen schieten als paddenstoelen uit de grond bewapend met een waslijst aan alles wat er mis is met Nederland vanwege de niet-witte nieuwkomers die een ander geloof en een andere levenswijze hebben. De aanwezigheid van de niet-witte mensen en moslims in het bijzonder wordt als onwenselijk en problematisch gezien en de media bevestigen dit door constant een negatief beeld te schetsen van minderheden.

Daarom is de houding van moslims in Nederland tegenover journalisten verhard en iedereen van de media wordt gewantrouwd. Het is voor journalisten ook veel moeilijker geworden om een verhaal te halen over actuele onderwerpen omdat moslims hen niet graag te woord willen staan. De journalisten kunnen geen goede verhalen vertellen over moslims omdat zij weinig informatie los krijgen. Moslims willen de journalisten niet spreken omdat zij vinden dat de journalisten toch uiteindelijk iets heel negatiefs gaan schrijven. Het gevolg is dat de moslims als gemeenschap steeds verder geïsoleerd raken en buitenspel worden gezet omdat zij geen aandeel nemen in het publiek debat.

De islamitische gemeenschap wordt daardoor steeds minder toegankelijk voor de media en dit kan een verklaring zijn voor de reden waarom moslims zich niet herkennen in het beeld die van hen wordt geschetst. Een andere verklaring hiervoor zijn de motieven van journalisten en redacties om voornamelijk negatieve berichten te publiceren. Om dat te begrijpen dient er gekeken te worden naar de wijze hoe de media hun werkzaamheden financieren.

It’s the economy, stupid!
De media zijn verdeeld in twee soorten. De staatsmedia die door belastinggeld worden gefinancierd zoals de NOS, en de commerciële media zoals RTL en de Telegraaf die reclames uitzenden om hun geld te verdienen. Tegenwoordig worden steeds meer reclames op publieke omroepen van NPO uitgezonden. Daarnaast zijn er ook veel private media die van de overheid subsidies krijgen om journalistiek te kunnen bedrijven.

Door technologische ontwikkelingen zijn er steeds meer media bij gekomen. Eerst waren er alleen kranten. Daarna kwam de radio, de televisie en het internet. Tegenwoordig heb je Youtube en social media waar iedereen in staat is om te concurreren met televisiekanalen en kranten. De productie van nieuwsverhalen, films en reportage is niet meer een monopolie van grote mediabedrijven en omroepen. Daarom is er steeds meer concurrentie. Redacties moeten met minder geld betere content produceren om genoeg kijkers, lezers en clicks op hun websites te krijgen zodat zij aan adverteerders geld kunnen vragen. De staatsmedia moet met commerciële media en alternatieve media op internet concurreren. Daarom moeten nieuwsreportages en praatprogramma’s meer op entertainment lijken zodat zij de aandacht van het publiek kunnen behouden.

De journalisten die productiewerk verrichten voor de media ervaren de meeste druk op hun schouders. Zij werken vaak voor de redacties van kranten en tv zenders als freelancers. Ze krijgen slecht betaald en hebben geen vaste arbeidscontracten. Ze worden gedwongen om met spraakmakende en sensationele verhalen te komen zodat hun werk door de redacties ook wordt gepubliceerd.

If it bleeds, it leads
In de mediawereld is er een eeuwenoude stelregel: if it bleeds, it leads. Daarmee bedoelen ze dat als een verhaal over moord of iets afschuwelijks en angstaanjagends gaat, dan is dat het publiceren waard. Want zo zijn redacties gegarandeerd van succes. Mensen zijn namelijk het meest vatbaar voor berichten die hun meest primitieve gevoelens aanwakkeren zoals angst en lust. De media die meesters zijn in aanwakkeren van angst en lust, krijgen de meeste kijkers, lezers en clicks. Daarom is De Telegraaf de meest gelezen krant in Nederland. Elke dag verschijnt de krant van wakker Nederland met chocolade letters op de voorpagina.

Andere media die minder goed scoren zijn genoodzaakt om hetzelfde te doen. Rutger Castricum van PowNews en Jan Roos die tot voor kort bij Geenstijl (eigendom van Telegraaf Media) zat zijn de meest invloedrijke journalisten in Nederland. Hun manier van sensatie zoeken en een negatief beeld schetsen van alles heeft ervoor gezorgd dat zelfs Jeroen Pauw van de publieke omroep zich als een brutale puber gedraagt voor de camera.

Mensen bang maken, hun laten lachen of opgewonden en boos maken is een verdienmodel van de media. Zelf beweren de journalisten en redacteurs dat zij waakhonden van de democratie zijn en dat zij een belangrijke publieke taak vervullen door mensen die het voor het zeggen hebben in Nederland stevig aan hun tanden te voelen. In werkelijkheid zijn ze nauwelijks kritisch over de grote bedrijven, banken en politici. Ze zijn vaak juist bezig met het leggen van een vergrootglas op de zwakkeren in de samenleving en hun problemen uitvergroten zodat er landelijke ophef ontstaat tot aan de Tweede Kamer.

De mensen die journalistiek als hun roeping zien, zullen zeggen dat zij niet alleen uit zijn op geld en roem en dat zij wel degelijk bezig zijn met het behartigen van het algemeen belang met hun werk als journalisten. Zij erkennen dat de markt voor media drastisch veranderd is en dat er steeds minder goed betaalde banen zijn bij de redacties. Zij erkennen de concurrentie tussen journalisten en de media-organisaties ook. Maar toch willen zij mensen laten geloven dat zij niet beïnvloed worden door de economische situatie die van invloed is op de wijze hoe zij hun werk moeten doen.

Een positief verhaal over succesvolle jonge moslims van niet-westerse afkomst die een goede baan hebben of een bedrijf en iets goeds voor de maatschappij doen is slaapverwekkend. Bovendien wordt het door boze witte burgers gezien als propaganda van linkse gutmenschen. Immers, de witte boze burger is geabonneerd op De Telegraaf en het Algemeen Dagblad. Henk en Ingrid zijn de doelgroep van Albert Heijn reclames en een kratje bier van Heineken. Zij zijn de belangrijkste consumenten die bereikt moeten worden en als zij je krant niet meer willen lezen of door gaan zappen, dan valt er weinig te verdienen.

Antenneschotels
Aan andere kant hebben de Turken en Marokkanen hun schotels. Zij kijken niet naar Nederlandse televisie en dat weten adverteerders heel goed. Daarom wordt er weinig reclame gemaakt gericht op de moslimconsument. De allochtonen lezen geen Nederlandse kranten want zij hebben hun Turkse versie van Zaman en gelijksoortige buitenlandse media. Dus als doelgroep worden allochtonen gezien als een groep waar geen geld valt te verdienen. Daarom vinden redacties het ook niet interessant om voor allochtonen te schrijven. Zij schrijven liever over allochtonen voor hun witte lezers.

De werkelijke reden voor angst zaaien in de media is daarom simpel uitgelegd: geld. Als minderheden in Nederland beseffen waarom journalisten en redacties ervoor kiezen om constant negatieve verhalen te vertellen, dan kunnen ze ook begrijpen hoe de samenleving in Nederland werkelijk functioneert. De politici willen meer zetels krijgen om meer macht te krijgen. Als zij aan de macht zijn, kunnen zij in ruil voor een goed salaris de belangen van hun eigen achterban behartigen. Daarvoor moeten zij zoveel mogelijk mensen mobiliseren om te gaan stemmen. Om mensen zover te krijgen, moeten ze de meest primitieve gevoelens aanwakkeren. Die gevoelens worden aangewakkerd door de media, en het beeld van de realiteit die daaruit voortkomt is gunstig voor politici om mensen te kunnen manipuleren.

Deze wisselwerking tussen de media en de politici is daarom geen complot. De redacties hebben ideologisch gezien, soms wel belang bij om bepaalde politieke partijen in de kaart te spelen. De Telegraaf is rechts en daarom pro VVD en PVV. De Volkskrant is links en daarom voor de PvdA. Zo zijn er ook omroepen en televisiezenders die een politieke en ideologische kleur hebben, maar hun overtuigingen zijn niet doorslaggevend.

De moslims als minderheid hebben er in Nederland belang bij om te begrijpen hoe de media en de politiek werken. Als het gedrag en de denkwijze van journalisten en politici rationeel verklaard worden, dan kunnen minderheden daarop anticiperen en een strategie ontwikkelen om zich daartegen te verdedigen. Tot nu toe zijn moslims nog altijd in een roes. Ze kunnen alleen klagen over hoe zij slachtoffer zijn van een onrechtvaardige samenleving, maar ze willen zelf niet in actie komen en iets ondernemen. Er zijn daarom ook geen sterke subsidie-onafhankelijke belangenorganisaties en media die door moslims zijn opgericht. Alles wat er tot nu toe in Nederland is opgericht door allochtonen heeft alleen maar voor verdere versplintering en onderlinge conflicten gezorgd. De focus is vaak gericht op rivalen en concurrenten binnen eigen kleine kringen en niet de grote boosdoeners. Het is daarom de hoogste tijd voor de jongere generatie moslims om uit de routine te stappen van voorgaande generaties en een nieuwe koers te gaan varen.