Amsterdams homogeweld helemaal niet zo islamitisch


In een online artikel van dagblad Trouw vertelt socioloog Laurens Buijs dat jongens met een islamitische overtuiging, contrary to popular belief, helemaal niet de enige of de grootste daders zijn van geweld tegen homo’s.

De wetenschapper die door Trouw is geïnterviewd erkent dat er problemen zijn maar dat schrijft hij toe aan alle bevolkingsgroepen. Als boosdoener wijst hij de straatcultuur aan.

Daders

De meeste van de moslimjongeren die te vinden zijn in de straatcultuur, gaan helemaal niet naar de moskee. Ook zitten er veel autochtonen tussen, is Buijs te weten gekomen na het ondervragen van Amsterdamse daders van homogeweld over hun motieven.

Marokkaanse jongeren

Ook de oververtegenwoordiging van Marokkaanse jongeren onder de daders, is te wijten aan de straatcultuur waaruit de daders komen. In het boek “Als ze maar van afblijven: Een onderzoek naar antihomoseksueel geweld in Amsterdam”, waarvan Buijs coauteur is wordt de straatcultuur door criminoloog Jan Dirk de Jong als volgt omschreven:

Criminoloog Jan Dirk de Jong (2007) stelt evenwel dat de oorzaak van het afwijkende delinquente gedrag van Marokkaanse jongens niet ligt in de specifieke Marokkaanse cultuur of wijze van opvoeden, maar primair verband houdt met hun straatcultuur. De Jong ontwikkelt een verklaringsmodel dat zich sterk richt op processen van groepsdynamiek. Deze dynamiek zou verklaren hoe de Marokkaanse jongens hun eigen straatcultuur ontwikkelen waarin stoer, mannelijk en dwars gedrag (of in de straattaal van de jongens: ‘kapot moeilijk’ zijn) de hoogst haalbare status is. Dit resulteert in gedragsverwachtingen die al snel leiden tot bepaalde typen delinquent gedrag (De Jong 2007). De overeenkomsten tussen de benadering van De Jong en de groepsprocestheorie zijn duidelijk: de straatcultuur van De Jong is een eer- en schaamtecultuur, waarin de jongeren moeten bewijzen respect te verdienen. Ze zetten zich hierbij af tegen groepen die volgens hen nog lager op de sociale ladder staan of tegen groepen die gedrag vertonen dat volgens hen nog verwerpelijker is dan hun eigen deviante gedrag (De Jong 2007: 225).

Foto: Wikimedia