‘Medewerker Voedselbank misbruikt functie’


Medewerkers van voedselbank worden beschuldigt van misbruik van hun functie door een Syrische man en een vrijwilliger. Op Facebook vertelt de vrijwilliger hoe er tijdens intakegesprek de medewerkers hebben geëist dat de Syrische man een vrouwelijk medewerker hand geeft om geholpen te worden.

In een bericht op Facebook vertelt een vrijwilliger hoe hij en een Syrische man bejegend zijn door medewerkers van voedselbank. De locatie waar dit zich voor heeft gedaan wordt niet gemeld. Onderstaande bericht heeft de vrijwilliger gericht aan Voedselbank Nederland.

Op verzoek van een Syrische kennis ben ik vandaag als tolk aanwezig geweest bij zijn intakegesprek voor het indienen van een aanvraag bij de voedselbank.

Wij waren ruim op tijd aanwezig en hadden ons netjes voorbereid middels alle gevraagde documenten in ons bezit te hebben. In eerste instantie werden wij zeer vriendelijk ontvangen en begeleid naar de ruimte waar het intakesprek met twee medewerkers (1 man + 1 vrouw) plaats moet vinden. Deze vriendelijkheid sloeg direct om naar een vijandige, racistische en vooral arrogante houding daar wij ons hielden aan de verplichte zedelijke omgangsvorm met het andere geslacht zoals onze religie dat voorschrijft.

Deze zedelijke omgangsvorm houdt (onder andere) in dat er géén enkele vorm van lichamelijk contact is met het andere geslacht. Dus logischerwijs ook niét ‘het geven van een hand’. Voordat wij überhaupt plaats konden nemen, begon de mannelijke medewerker zijn gal te spuwen nadat hij zag dat wij beide zijn vrouwelijke collega niet ‘de hand hadden geschud’.

Met een dreigende toon zei hij:

“U bent hier aanwezig omdat u iets van ons wilt hebben. Daarom is het dan ook verstandig als u zich houdt aan onze normen en waarden in Nederland en mijn vrouwelijke collega (alsnog) de hand schudt zodat wij u verder kunnen helpen.”

Uiteraard heb ik hem, in vloeiend en duidelijk Nederlands, op een beleefde wijze de mond gesnoerd en is hij vervolgens (noodgedwongen) verder gegaan met het intakegesprek. Enkele momenten later vroeg de vrouwelijke medewerkerster op een boze en sarcastische wijze of zij wel mocht spreken. “Natuurlijk mag u spreken”, was het antwoord. “En waarom zou u niet mogen spreken?”

Nogmaals op een beleefde wijze duidelijk proberen te maken dat ‘het niet geven van een hand’ niets met minachting of onrespectvol handelen te maken heeft, maar daar hadden beide medewerkers van de voedselbank natuurlijk geen oor voor.

Uiteindelijk was de aanvraag terecht afgewezen o.b.v. het feit dat het leefgeld van de aanvrager hoger lag dan de maximale grens die de voedselbank hanteert.

Zoals hierboven overduidelijk te lezen is probeerden (!) deze medewerkers hun functie/positie te misbruiken voor het opleggen van hun (?) normen en waarden. Dat er dergelijke personen zijn die zulke uitspraken, zonder enige schaamte tijdens hun ‘professionele’ werkzaamheden, doen is natuurlijk niet (meer) schokkend.

In het licht van bovenstaande resteert ons voor Voedselbanken Nederland één simpele vraag die wij graag beantwoord willen hebben:

Staat u als organisatie achter de werkwijze en uitspraken van deze medewerkers? Zo niet, wat zijn uw vervolgstappen?

In afwachting van uw reactie!