30 tips voor de media over moslims


De Amerikaanse journalist, Wajahat Ali is de negatieve framing van moslims in de Amerikaanse media zat. Om de media te helpen heeft hij een lijst opgesteld met 30 tips. De redactie van Hollandistan vindt dat de Nederlandse media ook iets zouden kunnen leren van Ali’s lijstje. We hebben daarom zijn lijst vertaald en aangepast voor de Nederlandse context.

Jeroen Pauw, hoor eens: 30 do’s en dont’s om moslims en de islam weer te geven in de media. Als eerst zal ik beginnen met een citaat van de grootste Sufi mysticus aller tijden, Yoda, die zei: ‘doe het, of doe het niet, er bestaat geen ‘proberen’.

1. Breid je portfolio uit over moslims: verschillende moslim-superhelden hebben verschillende superkrachten.

2. Ga er niet van uit dat elke Arabier een moslim is of elke moslim een Arabier is. Gebruik de termen niet door elkaar.

3. Niet alle moslims zijn bruin, er zijn ook zwarte, witte en andere kleuren moslims, zoek die eens ook op.

4. Ga er niet van uit dat mannen met een baard of bedekte vrouwen praktiserende moslims zijn.

5. Ga er niet van uit dat gladgeschoren mannen of onbedekte vrouwen geen gelovige moslims zijn.

6. Praat eens meer met een vrouw, zij zijn oververtegenwoordigd in de islam.

7. Schrijf meer artikelen over moslima’s die geen hijab of burka dragen en moslima’s die niks te maken hebben met eerwraak en vrouwenbesnijdenis.

8. Gebruik niet het woord ‘onthullen’ in titels van je stukken.

9. Ga er niet van uit dat wanneer iemand zegt dat hij namens de moslims spreekt, dat dat ook echt het geval is.

10. Gebruik extremistische moslims niet voor diverse moslimgemeenschappen. Figuren die IS en Al Qaeda verheerlijken zijn de Breiviks van de islamitische gemeenschap.

11. Ga er niet van uit dat alle moslims over de islam kunnen praten.

12. Laat moslims over islam praten. Net zoals Afro-Amerikanen over racisme praten, vrouwen over het feminisme praten en zuid-Aziaten over Bollywood praten. (Noot: als je een discussie over de islam hebt zonder dat moslims daaraan deelnemen, dan heb je een probleem.)

13. Ga er niet van uit dat praktiserende moslims IS of Al Qaeda steunen.

14. Ga niet vragen of er gematigde moslims bestaan, en of dat dan eenhoorns zijn met baarden.

15. Ga niet de term ‘gematigde moslim’ gebruiken om daarmee nuances te laten zien.

16. Waardeer het feit dat moslims de meest uiteenlopende religieuze gemeenschappen zijn in Nederland – gebaseerd op etniciteit, onderwijs, ideologie, enzovoort.

17. Zeg niet ‘de mohammedanen.’

18. Zeg niet ‘de islamitische wereld’, er is geen islamitische wereld.

19. Zeg niet ‘de islamitische gemeenschap’, er zijn verschillende islamitische gemeenschappen.

20. Zeg niet ‘de islam zegt’, de islam zegt niks, dat doen de moslims.

21. Ken het verschil tussen sjiisme en soennisme en de vele stromingen binnen deze groepen.

22. Ga niet de begrippen islamist, jihadist, salafist en fundamentalist als een synoniem gebruiken.

23. Zeg niet ‘islamitisch terrorisme’ of ‘islamitisch extremisme’. Zeg gewoon terrorisme en extremisme.

24. Zoek contact met lokale, nationale en internationale moslims door middel van social media of wat voor jou makkelijk is. Wees interactief en bouw een goede relatie op. Op bepaalde gebieden moeten moslims nog doorbreken, zoals media, filantropie enz.

25. Ga naar een bijeenkomst van de lokale moslimgemeenschap: bijvoorbeeld een iftar, een vrijdaggebed, een lezing enz.

26. Focus je meer op Nederlanders die bekeerd zijn en een interessante verhaal hebben te vertellen.

27. Schrijf over Nederlandse moslims die niets te maken hebben met terrorisme of extremisme.

28. Zie het nut en waarde in van moslims en hun ervaringen en bijdrage in andere zaken dan het helpen bij bestrijden van terrorisme.

29. Vergelijk Ali B uit Almere niet met Khalid K. van IS. 

30. Publiceer meer over Ali B. Tienermeisjes houden van hem.