De autochtone allochtoon



Door: Max Cornelius

Wie ben ik? Een Nederlander? Hmm, ik voel de ontkenning diep van binnen. Dan ben ik toch lekker een allochtoon? Ik voel mij neigen naar een bevestiging, terwijl ik diep van binnen weet dat ik zelfs voor de ware buitenlander goed geïntegreerd ben. Ik spreek immers de taal, ik ken de cultuur en ik ben hier naar school geweest. Zou ik terug naar mijn land van herkomst gaan om te wonen, dan zou ik snel realiseren hoe Nederlands en allochtoon ik daar ben voor die mensen. Dus allochtoon? Nee, dat ben ik ook niet echt. Zucht… De cirkel is rond; wie ben ik?

De Nederlander van niet-Nederlandse afkomst heeft een probleem. Een identiteitscrisis. Het lukt hem maar niet om erbij te horen. Hij lijkt maar niet te willen stijgen op de maatschappelijke ladder. Om van zijn slechte imago af te komen. Om niet in een hokje geplaatst te worden. En daarvoor heeft hij bewust of onbewust een oplossing gevonden. Of tenminste, dat dacht hij te hebben.

De gps wordt aangezet. Zijn huidige locatie wordt vastgesteld. De route naar de eindbestemming wordt berekend. Voor sommigen leken alle wegen naar Rome te leiden. Voor anderen naar Mekka. Maar niks bleek daarvan te kloppen. Verdwaald onderweg met een kapotte navigatie vroeg hij zich af: doorgaan met het blind volgen van het verkeer voor mij of toch maar een eigen weg inslaan?

Zij die kozen voor het imiteren zijn in twee kampen te onderscheiden. Een deel koos voor het imiteren van de mensen van het land van herkomst. De traditie, cultuur, taal en gedrag van hun ouders werd hoog in eer gehouden. Een ander deel koos voor het imiteren van de ‘Hollander’. Ook hier werd de traditie, cultuur, taal en gedrag heilig verklaard. Het was of dit of dat. Allen wilden erbij horen, maar beiden werden opgenomen als een zwart schaapje door de ‘autochtone’ gemeenschap. Zij hebben er nooit echt bij gehoord en beiden werden door de andere kamp verstoten en verketterd. Sommigen zelfs door beide kampen.

De anderen die kozen voor het integreren met behoud van eigen identiteit, dat zijn degenen die een combinatie probeerden te vinden voor thuis en buiten. In huis kregen zij een bagage cultuur, taal en gewoontes mee die afkomstig zijn van het land van herkomst. Buiten kwamen zij in aanraking met de Nederlandse cultuur en haar mensen. Zij mengden deze en vormden een nieuw fenomeen; de autochtone allochtoon. Zij benadrukten dat zij Nederlanders zijn, maar ook dat zij Marokkaans, Turks, Surinaams of Armeens zijn. Zij werden door beide werelden tegelijk geaccepteerd, ondanks dat zij alsnog als een zwart schaapje door het leven gingen.

De autochtone allochtoon zegt: ‘Ik blijf hier en het is hier waar ik me zal nestelen.’ De autochtone allochtoon eist dat je hem accepteert zoals hij is. De Nederlandse taal is zijn moeder taal. Hij is hoog opgeleid en kent de grondwet heel goed. Hij heeft een gemengde vriendenkring en zelfs zijn huwelijkspartner is niet perse iemand van dezelfde afkomst. Hij heeft hart voor Nederland en ook hij heeft een mening die hij kan onderbouwen en verdedigen. Hij sticht scholen, stichtingen, bedrijven en bureaus die hem vertegenwoordigen en voor hem opkomen. Hij stijgt steeds verder op de maatschappelijke ladder. Afkomst telt niet meer voor hem, maar de kwaliteiten en vaardigheden wel. Zij zijn met velen en zij zijn de grootste minderheid.

Zij zijn een realiteit die niet meer valt te ontkennen. Een vast onderdeel van Nederland waar je niet meer omheen kunt en ongetwijfeld mee te maken krijgt. Nederland begint steeds meer op de Verenigde Staten te lijken, waarin de elite niet meer exclusief blank is. Waarin iedereen wat in te brengen heeft in de cultuur, met behoud van eigen identiteit. Misschien was dit wel onderdeel van het Marshall plan. Wie weet… De toekomst zal het leren.
..