Mogen we ook begrip hebben voor geradicaliseerde moslims?


De rechts-extremistische dader heeft volgens de media vaak een moeilijke jeugd gehad, of mensen stemmen op racistische politici vanwege de economie. Mohammed van Mocropinion blog merkt op dat moslimextremisten niet op hetzelfde soort begrip kunnen rekenen. 

Na elke uitbarsting van witte woede, is er wel een opiniemaker die oproept om begrip te hebben voor rechts-extremisten, Trump-aanhangers of neonazi’s. We mogen ze niet uitmaken voor racist. Nee, dit zijn mensen wiens pijn we willen begrijpen. Dit zijn slachtoffers van de globalisering. Ze hebben hun omgeving zien veranderen. Ze hebben tradities zien verdwijnen en zeden zien verschuiven.

Want ja, voor deze emoties kunnen we begrip tonen. Het is dus meer dan blinde haat. Het is fout van ons om ze allemaal ‘’racistisch’’ te noemen, ook al gaan ze met haatsymbolen de straten op. We moeten ze zien als bange mensen die toevlucht zoeken bij hun groepje, tegen de grote boze buitenwereld. We moeten het begrijpen als ze ‘’een beetje boos’’ worden, want ze doen het om zichzelf te beschermen.

Maar onze samenleving kent ook een andere soort radicalen. Radicalen die er niet als ons uitzien. Radicalen die niet hetzelfde als wij heten. Zij doen ons niet denken aan onze eigen broer, zoon, vader, oom of buurman. Zouden we ons ook in hun belevingswereld kunnen verplaatsen? Durven we het aan om ze niet slechts te zien als gevaarlijke gekken, die ooit een keer iets hebben gelezen in een boek en vanaf toen meteen besloten om iedereen het niet met ze eens is uit te moorden?

Durven we het aan om te begrijpen dat ook zij bang zijn? Bang omdat ze zijn opgegroeid in een samenleving waar het lijkt dat iedereen tegen ze is. Bang omdat ze al sinds hun kinderjaren horen dat ze een gevaar zijn voor hun samenleving. Bang omdat ze in de media horen dat hun aanwezigheid als problematisch wordt ervaren. Bang omdat ze zien hoe mensen massaal achter politici staan die beloven het probleem met harde hand op te lossen. Daar komt ook nog eens bij dat al heel hun leven toekijken, hoe mensen waarmee zij zich identificeren, gebukt gaan onder oorlogsmisdaden van zowel dictaturen als democratieën.

Durven we dan ook op te roepen tot begrip voor deze radicalen? Durven we het dan ook niet zo gek te vinden, dat deze radicalen soms ‘’een beetje boos’’ worden? Durven we hun wandaden en bedreigingen ook te zien als een roep om hulp?