De slappe hap van Su-Shi is niet te verteren


Door: Abubakr Madani

Persoonlijk heb ik geen voorliefde voor Sushi, ongeacht de bereidingswijze of recept, tot een online platform met deze naam mijn aandacht trok. Su-Shi, zoals ze het zelf noemen, “Intrafaith Dialogue”. Een platform opgericht met een vrij helder beschreven doel, namelijk het samenbrengen van voornamelijk het Soennisme en het Sjiisme en het bevorderen van dialoog, en daarmee begrip voor elkaar. Als ik het zo lees valt er weinig op aan te merken, want waarom zou het voeren van dialoog an sich een contraproductief effect hebben?

Het is namelijk niet de schijn van de intentie dat voor discrepancies zorgt bij Su-Shi, maar het feit juist het basisfundament van het voeren van dialoog en het komen tot een breder begrip voor elkaar in het geding is bij deze club. Dit heb ik ervaren nadat ik een artikel met de meest dubieuze frappantheden en onbetwist foute redeneringen van repliek voorzag en dit tot mijn grote verbazing werd geweerd uit dit ultra transparante platform dat eigenlijk volgens de makers voor dogmatische, uiterst kritische en onbegripvolle mensen met een tunnelvisie bedoeld is in eerste instantie. Ik zal mezelf for arguments sake als een dergelijke persoon framen voor het gemak. Wellicht dat mijn post niet werd gepubliceerd omdat hierin de overtuiging van de auteur volgens hem teniet werd gedaan of dat het cosmetische beeld dat van het Sjiisme wordt gepropageerd eigenlijk een andere geur en kleur heeft volgens diezelfde geleerden die als “brug” moeten dienen. Het is i.i.g. daarmee een zeer wankele brug.

Lees ook: Turkse hulpgoederen in Libanon gekaapt door Hezbollah

In het artikel is bijvoorbeeld het volgende te lezen “Laten we samenkomen en met behoud van eigen identiteit de ontmoeting met elkaar aan gaan. De sluier tussen elkaars werelden weg nemen. Volgens Allamah Tabataba’i, een van de grootste sjiitische exegeten van de afgelopen eeuw, en volgens Muhammad Assad, een van de belangrijkste soennitische exegeten van de afgelopen eeuw, doet het er niet toe welke prachtige titels we onszelf toeschrijven. Waar het om gaat is dat we in God en de Laatste Dag geloven en goede daden verrichten. Dat houdt met name in een goed mens te zijn naar andere mensen, en persoonlijke ontwikkeling in je spirituele relatie met God“.

Een logische vraag naar aanleiding van bovenstaande feel good fictie is het feit de mens altijd neigt naar traditie, cultuur en religiuze identiteit en of we van religien wel zouden moeten verwachten dat deze op miraculeuze wijze bruggen moeten slaan tussen civilisaties en grote groepen geloofsgemeenschappen. Religieuze gemeenschappen hebben door de geschiedenis heen een grote rol gespeeld in oorlogen tussen verschillende religien, en religieuzen zijn vaak gemobiliseerd om lijnrecht tegenover elkaar te staan. Zo citeert de schrijver van dit artikel dat volgens Allamah Tabaaba’i, “een van de grootste Sjiitische exegeten van de afgelopen eeuw” het er niet toe doet welke titels we onszelf toeschrijven, maar waar het eigenlijk om gaat is het geloof in God en de Laatste Dag en het verrichten van goede daden. Het komt volgens deze geleerde neer op het zijn van een goed mens naar andere mensen toe en je persoonlijke en spirituele relatie met God. De rede dat dit soort Koek en Ei clubjes geen enkele toegevoegde waarde hebben is omdat de basis bestaat uit een schijnconstructie. Namelijk dat het Shjiisme en Soennisme behoren tot een en dezelfde religie, met zeer kleine verschillen in de jurisprudentie. Voor iemand die zelf claimt anderhalve decennia zichzelf begeven te hebben in deze dicipline getuigt het van minachtig van het vak, aangezien het voornaamste verschil tussen het Shjiisme en het Soennisme niet louter rust in het kader van jurisprudentie, maar voornamelijk in de pijlers van de credo.

Zo zegt deze grote Sjitische exegeet van deze eeuw, Tabatabai, het volgende in zijn andere boek, Riyaad al Masaa’il:

“Het aspect van Imaan [geloof] en broederschap jegens de non-shia is in zijn geheel verworpen. Er zijn expliciete en mutawaatir [authentiek / zeer groot in aantal] overleveringen die deze claim tegenspreken, bovendien zijn er mutawaatir overleveringen van de Imams waarin zij de non-shia lasteren en vervloeken, zo ook hen erger dan Joden en Christenen en viezer dan HONDEN benoemen”(1).

Lees ook: Smakeloos in Tehran

Zodoende is het niet erkennen van het Shi’itisch concept van “Imamah” ongeloof, aangezien dit volgens het Sjiisme behoort tot de usul ad deen (fundamenten van het geloof). de fundamentleggers van het Sjiisme hebben bijvoorbeeld te kennen gegeven dat degene die de Imamah of de Wilayah van een enkele imam niet erkent, een ongelovige is dat verdient voor eeuwig in het hellevuur te verblijven (2). Zo is ook een ieder non-shi’a een bastaard (3).

De auteur noemt elders, Ayatullah Kho’i als een leidende authoriteit voor de Sjiieten in het Westen, voornamelijk dat hij de leider van de Marjah’ was en de leraar van Ayatullah Sistaani, en dit alles is zodanig verwoord:

“The works of late Grand Ayatollah Al-Khoei are relevant up to now because the influence of his works are still significant since he can be seen as the spiritual father of a considerable part of the present leading clergy; among whom is Grand Ayatollah Al-Sistani, the marja ʿ taql ī d ī with the largest following whose agency puts many efforts in reaching out to the Shiite communities in the West; Grand Ayatollah Khamenei as Supreme Leader of the Islamic Republic of Iran who as well is an influential cleric with a large following; and late Grand Ayatollah Fadlallah passed down a rich collection of works that are still translated and digitalized in service to the world community”.

Ik vraag mij af, of de auteur, met ten minste anderhalf decennia aan onderzoek in al die jaren de moeite had genomen om de werken van deze twee heren zelf te bestuderen? Hetgeen deze twee grote Sjitische geleerden met tientallen miljoenen volgers wereldwijd propageren is in feite een doorn in het oog van de ambities van dit soort apologetische clubjes met goedwillende censuur. Mochten deze miljoenen Sjiieten daadwerkelijk deze grote geleerden en exegeten van het Sji’isme volgen, dan leren ze in feite, wellicht naast dat men goede werken dient te verrichten, ook dat alle non-Shjieten onrein zijn, honden en ongelovigen zijn. Het is daarom cruciaal om deze zaken te belichten aan de Sjiieten en de nietsvermoedende Soennieten die met elkaar toenadering en dialoog zoeken. Het niet benoemen van deze feiten maakt van een dergelijke platform meer een summier voorbeeld van indoctrinatie voor dommen, i.p.v. een “Intrafaith Dialogue” voor Soennieten en Sjieten.

Lees ook: Een vraag aan de Nederlander van het Jaar Ahmed Aboutaleb

Enkele religieuze oordelen van deze grote Sjiitische geleerde:

Ayatullah Kho’i zegt in zijn gerenommeerd boek, Misbahul Fuqaha fi Mu’ammalaat het volgende:

“Het is een kwestie van pure logica dat er geen broederschap of vriendschap is tussen ons Shi’a en de non-Shi’a”.(4)

In hetzelfde boek vervolgt deze grote Ayatullah dat goedwillend wordt beaamd als een grote Sjiitische hervormer met miljoenen volgers:

“Het vierde aspect: De gevestigde credo van het doorlopende oordeel onder de Shi’a en hun geleerden omtrent het roddelen over de opponenten [sunni’s etc]. Hen BELEDIGEN en hen VERVLOEKEN in elke tijd en regio. Het is overgeleverd in Al Jawaahir dat de toelaatbaarheid hiervan behoort tot de Dharuriyaat [benodigdheden van het geloof].(5)

En hij zegt eveneens:

“Het eerste aspect: Reeds bevestigd in de overleveringen, duaa’s, en ziyaraat is de toelaatbaarheid van het vervloeken [La’n] van de opponenten [mukhaalifeen i.e. sunnis] en de verplichting om baraa’ah van hen te doen, hen veelvuldig te beledigen, hen beschuldigen, en hen te treffen, – gheebah [i.e. roddelen] over hen, omdat zij de mensen van innovatie en twijfel zijn (Ahl al Bid’ah wa rayb). Er is geen twijfel over hun ONGELOOF, want waarlijk zij ontkennen de Wilaayah van de imams, al was het zelfs een enkele van hen, en het geloof in de khilaafah van iemand anders dan hen, en het geloof in verworpen zaken, wat neerkomt op KUFR en ZANDAQA [Ketterij]. En de MUTAWAATIR overleveringen bevestigen het ONGELOOF van hem die de Wilaayah ontkent..”.(6)

Hetzelfde geldt voor zijn leerling, Sistaani dat zelfs het gebed achter een Soenni legitimeert met als voorwaarde dat het als schijn wordt verricht en de Shi’i zelf het gebed onafgebroken in zichzelf reciteert zonder de intentie te hebben om achter de Soenni te bidden. (7).

En deze fundamentele opvattingen hebben deze grote Sjiitische geleerden niet in de 21ste eeuw uit hun duim gezogen, maar deze opvattingen vormen de spil van de Sjiitische jurisprudentie en theologie vanaf het jaar 300 AH.

Lees ook: Jongeren-‘imam’ Elforkani gebruikt aanslagen Parijs voor eigen gewin

Het negeren van dit soort feiten en het verschaffen van disinformatie aan je publiek is niet een basis om een platform met goede bedoelingen te beginnen. En de vraag die een ieder zich moet stellen is, waarom zouden zulke initiatieven een nobel doel nastreven als de basis gebouwd is op een invalide methodiek?

Er leven verschillende groeperingen in Nederland, elk met een eigen mening en een eigen visie op de werkelijkheid van zijn of haar religie. We hoeven helemaal niet elkaar te overtuigen van onze gelijk of in het belang van een politiek correcte, sociaal wenselijke platform gestoeld op disinformatie proberen om “begrip” voor elkaar te hebben. We komen heel ver als we elkaar niet te lijf gaan, op een academische en transparantie wijze onze mening verkondigen en afstand nemen van het sektarische clinch waarmee Saudi Arabie en Iran religie gebruiken om de eigen politieke agenda door te voeren. Op theologisch vlak zal het Soennisme en het Sjiisme niet kunnen fuseren, en dat is ook niet nodig.

(1) Tabataba’i, Riyaad al Masaa’il volume 8, p.68

(2) Baqir al Majlisi, Haqqul Yaqeen, p.189

(3) Kulayni, Usul al Kafi, volume 8, p.285

(4) Ayatullah Kho’i, Misbahul Fuqaha fi Mu’ammalaat, p.498

(5) Ibid, p.499

(6) Ibid, p.497

(7) Sistaani. Manaasik al Haj. geraadpleegd op 17 januari, 2016 van http://www.sistani.org/arabic/book/14/3596/