Tussen afkeuren en verdedigen van aanslagen in Parijs


Dit is het allereerste eerste opiniestuk op Hollandistan.nl, ingezonden door M. Shawqi.

Bij gebeurtenissen zoals de aanslagen in Parijs wordt van de moslims verwacht dat zij een standpunt innemen. De moslims die hier een mening over hebben en die mening verkondigen zijn te verdelen in vier groepen. De eerste groep zijn de zogenaamde JeSuisCharlie-moslims die het met klem afkeuren. De tweede groep zijn moslims die het afkeuren vanwege sociale druk en angst. De derde groep zijn moslims die het oprecht afkeuren vanuit religieuze, morele overwegingen. De laatste groep zijn moslims die dit soort aanslagen goedkeuren.

De eerste groep, de JeSuisCharlie-moslims keuren deze misdaden af vanwege een ander doel dat zij nastreven. Ze gebruiken dit soort gebeurtenissen als een gelegenheid om in de schijnwerpers te staan of om geprezen te worden. Door de aandacht naar zichzelf te trekken willen ze zichzelf vooruit helpen om een betere positie te bemachtigen in een samenleving waar het heel moeilijk is om succesvol te worden als een persoon met een niet-westerse achtergrond.

De tweede groep zijn mensen die geen standpunt willen innemen omdat zij niet alle feiten kennen maar soms gedwongen worden om zich uit te spreken. Dit komt vaak voor op school of op de werkvloer waar je als moslim min of meer gedwongen wordt om als ambassadeur van alle moslims je uit te spreken terwijl je niet eens weet wat er gebeurt is en wie de daders zijn.

De derde groep vormt de grootste groep moslims die de aanslagen oprecht afkeuren. Ze zien geen overeenkomst tussen deze misdaden en wat er in de Koran en de Soennah is voorgeschreven. Zij zien ook niet in hoe de terroristen met hun daden de belangen van moslims kunnen behartigen.

De laatste groep is een zeer marginale minderheid die verblind is door partijdigheid. Zij zijn ervan overtuigd dat zij volgens de islamitisch ethiek correct handelen door loyaliteit te hebben voor een moslimgroepering. Loyaliteit voor islam wordt hier verkeerd begrepen en toegepast door elke daad die in de naam van islam of verdediging van islam wordt gedaan, goed te keuren zolang het door een bepaalde groep of partij wordt gedaan.

Hier wordt ook nog eens voorbijgegaan aan een ander aspect van de islamitische ethiek. Namelijk de plicht om alles te bekijken vanuit de werkelijkheid ervan en het ook te toetsen aan de islamitische wetgeving. De doelstelling van die wetgeving is door Shaykh ul Islam Ibn Taymiyyah en vele andere geleerden samengevat in de Maqasid as Shari’iyyah ( islamitische doeleinden). Deze doeleinden zijn: het waken over het geloof; het waken over het leven; het waken over het nageslacht; het waken over het intellect en het waken over de eigendom.

De vraag is hoe dit soort aanslagen bijdragen aan het nastreven van die islamitische doeleinden? Op welke manier moeten deze daden waken over het geloof van de moslims? Door de aanslagen wordt het geloof juist verzwakt omdat het belijden daarvan moeilijker wordt gemaakt voor moslims, zowel in het Westen als in islamitische landen. Praktiseren van het geloof wordt beperkt door wetgeving of zelfs vervolging van moslims. Bovendien, door dit soort aanslagen gaan steeds meer mensen het geloof beledigen en aanvallen. De daders van de aanslagen en hun bevelhebbers zijn verantwoordelijk voor wat zij hebben veroorzaakt.

Door dit soort aanslagen wordt ook niet gewaakt over het leven. Integendeel, moslims in zowel het Westen als in islamitische landen komen in gevaar vanwege vergeldingsacties en intensivering van bombardementen waarbij veel onschuldige mensen omkomen. Ook hiervoor zijn de daders van aanslagen en hun bevelhebbers verantwoordelijk.

Bij vergeldingsacties tegen moslims in het Westen en bombardementen in islamitische landen worden bezittingen van moslims op grote schaal vernield of het wordt hen ontnomen. De daders en hun bevelhebbers dragen de verantwoording voor het verlies van bezittingen van mensen als gevolg van hun aanslagen.

Concluderend kunnen we stellen dat los van het feit dat de daden in strijd zijn met de voorschriften van de islam, dat zij ook op geen enkele manier positief bijdragen aan de belangen van de moslims. Er is werkelijk geen enkel profijt! Mensen die toch ervoor kiezen om de daders en hun daden te steunen, kunnen gerust hun gang gaan. Zij moeten echter wel beseffen dat zij dit niet doen vanwege hun loyaliteit voor islam en de moslims. Het is slechts vanwege het volgen van hun onderbuikgevoelens die voor ze worden verfraaid door de duivel.